De 25 dingen die langs de lijn verkeerd worden geroepen
De meeste misverstanden langs de lijn komen doordat iemand een regel van jaren terug onthouden heeft, of doordat de regel een voorwaarde heeft die je vanaf de kant niet ziet. Hieronder staan de 25 die wij het vaakst horen, met in één zin wat er wel geldt.
Bij de bal en het lichaam
- "Shoot!" bij elke bal tegen een voet. Pas een overtreding als die speler er voordeel van heeft of zijn voet er met opzet voor zette.
- Denken dat de bal nooit de hand mag raken. Raakt de bal de hand die de stick vasthoudt, terwijl hij anders de stick had geraakt, dan is dat geen overtreding.
- Roepen bij elke bal die van de grond komt. Een bal die bij een slag zonder opzet omhoog gaat en geen gevaar oplevert, is gewoon goed.
- Denken dat de bal nooit boven schouderhoogte mag. De bal mag op elke hoogte worden gestopt en gespeeld, zolang het gecontroleerd en niet gevaarlijk gebeurt.
- Een flick of scoop altijd fout rekenen. Omhoog mag met een push, flick of scoop; alleen de opzettelijke slag omhoog mag niet, behalve als schot op doel.
- Denken dat wegduiken altijd een vrije slag oplevert. Alleen een terechte ontwijkende reactie maakt een bal gevaarlijk; theatraal wegspringen niet.
Bij de duels
- "Afhouden!" terwijl de tegenstander drie meter verderop staat. Afhouden bestaat alleen als de tegenstander binnen speelafstand is en echt probeert de bal te spelen.
- Denken dat je nooit met je rug naar een tegenstander mag staan. Stilstaand de bal ontvangen mag in elke richting.
- Elke draai met de bal afhouden noemen. Het gaat om de nieuwe beweging op het moment dat de tegenstander zijn poging doet.
- Denken dat er zonder bal niets kan gebeuren. Voor een tegenstander langs lopen zodat hij niet bij de bal kan, is shadow en dus een overtreding.
- Een sliding goedkeuren omdat de bal werd geraakt. Een actie waarbij een tegenstander wordt gevloerd en blessuregevaar ontstaat is minimaal geel, ook als de bal is geraakt.
Bij de hoge bal
- De 5 meter pas meten waar de bal landt. Wie de eerste ontvanger is, wordt bepaald op het hoogste punt van de bal.
- Denken dat je nooit binnen 5 meter mag komen. Buiten speelafstand mag een tegenstander de bal onderscheppen, als dat veilig gebeurt.
- Meteen inlopen zodra de bal de stick raakt. Wie te dichtbij stond, mag pas spelen als de bal 5 meter van de eerste aanraking weg is.
Bij de straffen
- Elke overtreding in het 23-metergebied een strafcorner noemen. Zonder opzet is het daar een vrije slag; opzet maakt het een strafcorner.
- Elke overtreding in de cirkel een strafbal noemen. Een strafbal komt er alleen als waarschijnlijk een doelpunt werd voorkomen, of bij opzet tegen de speler met de bal.
- Denken dat een aanvaller een strafcorner tegen kan krijgen. Een overtreding van een aanvaller is altijd een vrije slag voor de verdediging, waar op het veld dan ook.
- Roepen dat de scheidsrechter iets vergeet als hij niet fluit. Een arm boven de schouder is het signaal voor voordeel, en daar komt hij niet meer op terug.
- Denken dat een bal die van de keeper over de achterlijn kaatst een strafcorner is. Dat is nooit opzet, dus het is een lange corner.
Bij de strafcorner
- Uitlopen op het fluitsignaal. Verdedigers mogen pas over de achterlijn als de bal is gespeeld, niet als de scheidsrechter fluit.
- Denken dat er zes verdedigers mogen staan. Het zijn hoogstens vijf, de keeper meegeteld.
- Denken dat het eerste schot altijd onder de plank moet. Alleen als dat eerste schot een slag is; een push, flick of scoop mag hoger, zolang het niet gevaarlijk is.
- De strafcorner afgelopen verklaren als de bal de cirkel uit is. Hij loopt door tot de bal meer dan 5 meter buiten de cirkel komt, dus over de stippellijn.
Bij de kaarten
- Denken dat groen alleen een waarschuwing is. Een groene kaart is 2 minuten van het veld, en het team speelt die tijd met een speler minder.
- Met het hele team om de scheidsrechter gaan staan. Dat is crowding en levert een groene kaart op; één speler mag de vraag stellen.
Situaties op het veld
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Iemand naast je roept "shoot" bij elke bal tegen een been. Heeft hij gelijk?
Meestal niet. Pas als die speler voordeel heeft van de aanraking of zijn voet er met opzet voor zette, is het een overtreding.
"Hij mag daar niet met zijn rug naar de verdediger staan!"
Dat mag wel. Stilstaand de bal ontvangen mag in elke richting; afhouden begint bij een nieuwe beweging tegen een tegenstander die dichtbij is en speelt.
"Dat had een strafbal moeten zijn, het was in de cirkel!"
Niet elke overtreding in de cirkel is een strafbal. Dat is het alleen als waarschijnlijk een doelpunt werd voorkomen, of bij opzet tegen de speler die de bal heeft of kan spelen.
Veelgestelde vragen over regelfouten
Waarom lijkt de scheidsrechter soms iets niet te zien?
Vaak ziet hij het wel, maar geeft hij voordeel of ontbreekt er een voorwaarde die je vanaf de kant niet ziet, zoals opzet of speelafstand.
Veranderen de regels elk jaar?
De KNHB geeft elk seizoen per 1 augustus een nieuw spelreglement uit, met de wijzigingen in de kantlijn. Deze site en de cursus volgen het reglement van 2026-2027.
Waar kan ik de regels zelf nalezen?
Bij de KNHB: het spelreglement en de afspraken voor scheidsrechters staan als PDF op de site van de bond.
Mag ik als ouder de scheidsrechter aanspreken?
Op het veld praten de spelers met de scheidsrechter, en één speler stelt de vraag. De aanvoerder is verantwoordelijk voor het gedrag van spelers en begeleiders.