Groen, geel en rood: hoelang staat een speler eruit?
Een groene kaart betekent 2 minuten van het veld, een gele kaart minimaal 5 minuten en bij een ernstige of fysieke overtreding 10 minuten, en een rode kaart de rest van de wedstrijd. Bij elke kaart speelt het team gedurende de straftijd met een speler minder, en voor die speler mag niet worden gewisseld. Groen na groen wordt geel; geel na geel is automatisch rood.
De trap
Naast de spelstraf staat de persoonlijke straf voor de speler zelf. Van licht naar zwaar: een vermaning, groen, geel, rood. Een vermaning is mondeling en daarvoor wordt het spel niet stilgelegd; voor een kaart wel. De spelstraf en de kaart staan los van elkaar en kunnen samen worden gegeven.
| Kaart | Tijdstraf | Gevolg voor het team |
|---|---|---|
| Groen | 2 minuten | een speler minder tijdens de straftijd |
| Geel | 5 minuten, en 10 bij een ernstige of fysieke overtreding | een speler minder tijdens de straftijd |
| Rood | de rest van de wedstrijd | de rest van de wedstrijd een speler minder |
Bij groen en geel wacht de speler op de teambank of op de strafbank bij de wedstrijdtafel, tot de scheidsrechter hem toelaat. In de pauze en de rust mag hij bij zijn team. Misdraagt hij zich ondertussen, dan wordt zijn straftijd verlengd. Bij rood verlaat de speler het veld en de directe omgeving.
De tweede kaart
Een tweede kaart in dezelfde wedstrijd is zwaarder. De KNHB heeft de combinaties vastgelegd.
| De speler had | Hij krijgt nu | Wat het wordt | Tijdstraf |
|---|---|---|---|
| groen | groen | geel | 5 minuten |
| groen | geel | geel | 5 of 10 minuten |
| groen | rood | rood | rest van de wedstrijd |
| geel | groen | groen | 2 minuten |
| geel | geel | rood | rest van de wedstrijd |
| geel | rood | rood | rest van de wedstrijd |
De aanvoerder kan twee reeksen hebben: een kaart als speler, bijvoorbeeld voor een sliding, en een kaart als aanvoerder, bijvoorbeeld voor een verkeerde wissel van zijn team. Die reeksen tellen niet bij elkaar op.
Waarvoor een kaart komt
De KNHB heeft voor de meest voorkomende situaties de ondergrens vastgelegd:
- Crowding, met meerdere spelers bij de scheidsrechter komen of blijven staan: groen.
- Een wegwerpgebaar, cynisch applaus, van ver aan komen rennen of hevig protesteren: minimaal groen, bij heftigheid geel.
- Bij een strafcorner niet klaarstaan na 40 seconden: groen.
- Een opzettelijke overtreding op een speler zonder bal: minimaal geel.
- Een sliding of andere fysieke actie zonder oog voor de veiligheid: minimaal geel, 10 minuten.
- Te laat terug na de rust terwijl het andere team al klaarstaat: geel voor de aanvoerder.
- Opzettelijk en ernstig wangedrag tegen een speler, een scheidsrechter of een official: direct rood.
Één speler mag altijd een gewone vraag stellen. Komen er meer bij staan, of blijft iemand hangen om mee te luisteren, dan is dat crowding en volgt een groene kaart.
Ook de bank kan een kaart krijgen
Een teambegeleider, zoals een coach of verzorger, kan ook een kaart krijgen: een vermaning, groen voor 2 minuten, geel voor minstens 10 minuten of rood voor de rest van de wedstrijd. Omdat hij niet meespeelt, speelt zijn team tijdens de straftijd met een speler minder. Bij groen en geel gaat hij achter de omheining staan en mag hij niet coachen, bij rood gaat hij naar het clubhuis. Een weggestuurde begeleider mag daarna niet als speler meedoen, maar mag wel een geblesseerde speler verzorgen.
Zo geeft de scheidsrechter een kaart
Bij elke kaart gaat de tijd stil totdat de speler het veld heeft verlaten. De scheidsrechter zorgt voor rust, haalt de speler iets apart zodat iedereen ziet om wie het gaat, en toont de kaart tot hoofdhoogte. Hij noteert naam of rugnummer, kleur, duur en reden, en vergelijkt in de rust met zijn collega. Na de wedstrijd komen geel en rood op het digitale wedstrijdformulier; een rode kaart wordt dezelfde dag schriftelijk aan het bondsbureau gemeld.
Situaties op het veld
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Een speler krijgt zijn tweede groene kaart in dezelfde wedstrijd.
Groen na groen wordt geel, met 5 minuten tijdstraf. Zijn team speelt die tijd met een speler minder.
Drie spelers komen samen bij de scheidsrechter staan om over een beslissing te praten.
Dat is crowding: een groene kaart. Één speler mag altijd een gewone vraag stellen, de rest speelt door.
De coach protesteert voor de derde keer hevig vanaf de bank.
Een gele kaart van minstens 10 minuten: hij gaat achter de omheining staan en mag niet coachen, en zijn team speelt die tijd met een speler minder.
Veelgestelde vragen over de kaarten
Mag een team een speler met een tijdstraf wisselen?
Nee, zijn plek blijft leeg. Na de straftijd mag het team wel iemand anders insturen zonder dat de gestrafte speler eerst terugkomt.
Mag een speler met een tijdstraf terugkomen tijdens een strafcorner?
Alleen als de anderen duidelijk nog niet klaarstaan; anders komt hij terug achter de middenlijn. Bij een strafcorner wordt niet gewisseld, dus alleen hij zelf komt terug.
Krijgt de aanvoerder kaarten van zijn team opgeteld?
Nee. Hij kan een kaart krijgen als speler en als aanvoerder; die twee reeksen tellen niet bij elkaar op.
Komt een groene kaart op het wedstrijdformulier?
Nee, alleen gele en rode kaarten komen na de wedstrijd op het digitale wedstrijdformulier.